
 |
 |
Recensies Bij mij zijt ge veilig
Nieuwsblad van Geel
Gezien in de Werft - Wim Helsen - Bij mij zijt gij veilig - vrijdag 16 februari
Hebben wij een opwarmer nodig, als de zaal zoveel maanden op voorhand al is uitverkocht? De meesten zullen wel geweten hebben wie Wim Helsen is en hebben wetens en willens een vrijdagavond in februari in zijn handen gelegd,
met een veilig gevoel. Toch schiet daar als een raket Henk Ryckaert het podium op, met slecht en goed nieuws: Wim Helsen is ziek en Ryckaert komt hem vervangen! Grapje, natuurlijk. Hij signaleert, dat de echte namen van
mensen nooit kloppen en bij hemzelf zeker niet: Ryckaert! Bijnamen kloppen altijd. Denk maar aan Schele Willy, bijvoorbeeld, of aan De Neus. Henk zijn bijnaam was Kikker. Iemand uit de zaal vraagt en krijgt uitleg, na eerst
uitgescholden te zijn voor ongewenst kind, maar dan in een beeldrijke taal. Het kwam door zijn uitpuilende ogen. Op school scholden ze hem altijd uit: "Dag Plons, Hekke Kikker!" Zijn school ligt in West-Vlaanderen en dat hoor
je nog, ook als hij dieronvriendelijke grapjes vertelt over zijn "houdvis Disco". Om de aandacht van zijn ogen af te leiden, had hij graag zijn navel op zijn voorhoofd laten zetten. Eenmaal op het veld van esthetische chirurgie
of "body modification" aanbeland, gaat hij zich te buiten aan verbeterende ingrepen in het lichaam van man en vrouw, vooral in de erogene zones. Henk brengt de zaal al flink aan het lachen. Dat is zijn missie en zo is het goed.
Zijn optreden zit vol beweging en dynamiek en ook inhoudelijk valt er nog heel wat in goede banen te leiden; een prima basis heeft hij al.
Sinds Wim Helsen de weg gevonden heeft naar de Vlaamse huiskamer en dan vooral naar de Vrienden van de Poëzie, kent bijna iedereen zijn thema's en trukendoos. Zijn entree vanavond onderlijnt die sterallures:
pijnlijk felle lichten schijnen ons in de ogen, terwijl heel oud bluesgezang weerklinkt: een field holler, waarin zwarte slaven hun hoop op verlossing uithuilen. Zo kennen wij onze plaats: onderdrukt en nederig
zijn wij in verwachting van onze heiland: Wim Helsen.
Bij zijn opkomst sleurt hij een mansgrote koffer mee het podium op. Zijn vrouw kan er niet bij zijn, zegt hij, ze is gestorven. Waarom hij het vervolgens heeft over hoe je in een bos kunt proberen je eigen lichaam
in zeven stukken te snijden met een tamelijk bot mes, is niet meteen duidelijk, maar het vermoeden groeit, dat zijn vrouw geen natuurlijke dood gestorven is... Het was een accident, zegt hij en hij heeft een alibi.
Of ze heeft het zichzelf aangedaan. Hij klinkt dan als een psychopaat, die zijn waanzinnige theorieën met moeite in aanvaardbare banen kan leiden.
Vlotjes leidt hij dan onze aandacht af naar zijn kleding. "Van kleren heb ik vandaag dit aangedaan." Een eenvoudig pak, zegt hij, omdat hij niet voor speciaal wil doorgaan.
En dan klinkt hij weer als een predikant, een pastoor, met zijn eigen zaligverklaringen. Lof en dank aan de bouwvakkers! Zij hebben op een dag deze muur van CC De Werft gebouwd. En toen nog een muur! En een plafond!
En tijdens hun lunchpauze spraken zij als echte bouwvakkers over wat er in hun brooddoos zat: kaas. "Boem shakalaka boem!" En ook ere en lof voor de vrouwen die er niet perfect uitzien!
De opzwepende kreet "Boem..." vinden we terug in het oeuvre van... K3, thans beter bekend als 'De 3 biggetjes'. De rest van de tekst kan ook wel van Wim Helsen zijn: "Ik heb jou in mijn macht. Hou niet op tot je luidop lacht.
Eyo kili kili kili. Boem boem shakalaka boem boem." Het wordt al gauw duidelijk, dat hij als zelfverklaarde democraat de heerschappij over de zaal met alle middelen wil opeisen. Slechts een volledige onderwerping aan
zijn woord en zijn wil kan ons redden. De vijand is in aantocht. Alle mensen zijn veranderd in salamanders en alleen 2000 Luxemburgers hebben het gehaald en die zijn nu onderweg naar Geel. Dat lijkt ons vrij absurd en
het wordt nog straffer als we de voorgeschiedenis aanhoren. Over bosjesman Rudy, met witte sokjes op weg naar zijn vrouwtje, met een plastic zakje met daarin een gefileerd sprotje. Zo is 't allemaal begonnen, ja.
Hoe een voske daar dan ook nog de kop opsteekt, en hoe je 'Broeder Jacob' kunt spelen op 3 voskes, een schaap, een poedel en een nest met kleine vogeltjes, dat kan alleen Wim Helsen duidelijk maken. Wie is de vijand?
Wie is Rudy, nondedju? En wie is de salamander?
Gelukkig heeft hij voor ons gekozen. En Karel, uit de zaal, mag hem bijstaan. Die Karel doet dat fantastisch en heel lang. Hij krijgt dan ook een "orgastisch applaus".
In een spervuur van zinloosheid en rake, geestige treffers, houdt Helsen ons anderhalf uur onder schot. Hij onderwerpt ons aan zijn onvoorspelbaarheid en aan zijn grillen: van heel lief tot heel hard. Niet te vertrouwen,
maar onze enige kans op redding. Een collectieve zelfmoord lijkt onze einge mogelijkheid, als hij dreigend Attila de Hun oproept. Hij staat als komiek op eenzame hoogte, in zijn eigen stijl, waarmee hij op een dubbelzinnige
manier de harten verovert. Hij is een fenomeen en moeilijk uit te leggen, maar hij is uiterst efficiënt om een vrijdagavond te scheppen die je al opnieuw wilt beleven, terwijl hij nog bezig is. Wim Helsen is een grootmeester.
(wvg)
Terug naar boven
|
|